Checken om daarna te verhogen als iemand anders een bet heeft geplaatst. Ook: Check-raise
Satellite
Een klein toernooi waarbij de winnaar een ticket krijgt voor een groter (duurder) toernooi.
Scare card
Een kaart die waarschijnlijk iemand anders geholpen heeft, zoals een straat- of flushkaart.
Scoop
Tegelijkertijd de high én de low winnen met een 'high-low' spel.
Second nuts
De één na beste hand die je kan hebben, gezien de kaarten die op tafel liggen.
Second pair
Een paar gemaakt met de tweede hoogste kaart op tafel.
Selling a hand
Je zit daar met de onverslaanbare hand. Nu moet je een bedrag verzinnen om te zetten, wat klein genoeg is zodat anderen je waarschijnlijk nog zullen gaan callen met de verliezende hand.
Semi-bluffing
Betten met een hand die nog niets waard is, maar waarbij je wel kans hebt op kaarten die je de beste hand geven, mocht iemand je callen.
Set
Drie dezelfde kaarten. bv 10-10-10
Shark
Een gevaarlijke pokerprofessional, die je meestal niet aan tafel wilt zien.
Short-handed
Met zes of minder mensen aan tafel zitten.
Short stack
Iemand die in een toernooi nog maar weinig chips overheeft, meestal bij een stack van minder dan 10 big blinds.
Shoven
Al je geld inzetten wat je nog op tafel hebt liggen.
Showdown
Als na de river de kaarten opengaan om te kijken wie de beste hand heeft en de pot wint.
Side Game
Cash Games die naast toernooien worden aangeboden.
Signaling
Een manier van valsspelen waarin je met geheime gebaren aan je 'partner in crime' je kaarten doorseint.
Sit & Go
Een toernooi met slechts één tafel van 9 of 10 spelers.
Sitting out
Als je wel een stoel aan tafel hebt, maar je doet even niet mee. Ook: Deal me out.
Slider
Iemand die bij No Limit Hold'em regelmatig all-in gaat.
Slowplayen
Iemand op slinkse wijze met de verliezende hand de pot inlokken, het liefst voor al zijn geld.
Small blind
De eerste kleine verplichte inzet. Ook: Kleine blind.
Smooth call
Iemand zijn bet slechts callen met een sterke hand, om later pas te gaan raisen.
Snowing
Een play uit Triple Draw poker, waarin je een sterke hand representeert, door bijvoorbeeld eerst één kaart te wisselen en daarna Pat staat.
Solid
Waterdicht spel, waarin je weinig gokt en bijna alleen maar topkaarten speelt.
Split Limit
Andere term die in Hold'em gebruikt wordt voor de Limit-inzetstructuur.
Split pot
Als de pot verdeeld wordt onder twee of meer spelers.
Stack
De chips die je voor je hebt liggen.
Stake
Het bedrag dat je riskeert in een bepaalde hand, sessie, of periode.
Stakes
De hoogte van de limiet waarop gespeeld wordt.
Stalling
Tijdrekken in een pokertoernooi, in de hoop dat er ondertussen op andere tafels spelers uitvliegen.
Starting hand
De kaarten waarmee je een hand begint.
Stealing the blinds
Proberen met een raise voor de flop de blinde inzettten op te kunnen pakken, zonder op de flop te hoeven spelen.
Steamen
Als iemand de controle over zijn emoties verliest en als gevolg slecht gaat spelen.
Stone-cold bluff
Een bluf waarin je geen enkele kans hebt om nog te winnen, mocht iemand callen.
Strak
Als je een laag percentage handen speelt.
Streak
Een (vaak korte) periode van onaantastbaarheid, waarin je pot na pot wint, ongeacht welke kaarten je gedeeld krijgt.
Stuck
Als je in een cash game op verlies staat. Ook: Achter staan.
Stud poker
Een pokersoort waarin iedereen zijn eigen kaarten krijgt, die niet meer gewisseld mogen worden.
Sucker
Iemand die absoluut niet kan pokeren.
Sucker straight
De verkeerde kant van de straat. Er ligt 9876 en jij zit met de 5, in plaats van met de 10.
Sucking out
Proberen een hand te verslaan die beter is op de flop, met weinig outs.
Suicide King
De harten heer, omdat hij een zwaard in zijn eigen hoofd steekt.
Suited
Kaarten met dezelfde kleur/symbool.
Suited connector
Kaarten van dezelfde kleur die ook opeenvolgend in rang zijn, bv 9,10 van harten.
Swing
De fluctuatie die je stack of je bankroll maakt binnen een bepaalde periode.
Stort nu $100,- en speel met $300,- 200% bonus bij Holland Poker dus !
Super nieuw Amsterdams Poker
Meld je nu snel aan en welkom bonus 100% Betalen met IDEAL